Bron: Milou Dijkstra FotografieOm geboren te worden, beweegt je baby door je bekken en je vagina. Hoe past dat? Die vraag horen verloskundigen regelmatig. Tijdens de bevalling zorgt je lichaam ervoor dat er ruimte komt voor de geboorte. Net zoals je lichaam ervoor zorgt dat je baby goed kan groeien tijdens de zwangerschap. Je baby past zich tijdens de bevalling ook aan om geboren te worden. En je kan de ruimte in je bekken nog wat groter maken met je bevalhoudingen.
Hier lees je meer over de persfase (uitdrijvingsfase) van de bevalling.
De meeste baby's liggen bij de geboorte met hun hoofd naar beneden in het bekken. Om geboren te worden, maakt je baby twee keer een draai met het hoofd. Dit zijn de spildraaien.
De ingang van het bekken (bovenaan) is het grootst van links naar rechts. De meeste ruimte is dus overdwars. Daarom gaan de meeste baby's met het gezicht richting de zij van de moeder het bekken in. De uitgang van je bekken is het grootst van voor naar achter, tussen je schaambot en je staartbeen. Daarom draaien de meeste baby’s in het bekken met hun gezicht naar de achterkant van de moeder. Zo past het hoofd het beste door de bekkenuitgang.
Als het hoofd van de baby is geboren, draait het nog een keer naar opzij. Binnenin draaien de schouders mee. Zo passen ze door de uitgang van het bekken. Eén schouder komt langs het schaambot en de andere langs het staartbeen. De rest van het lijfje komt er makkelijk achteraan.
Soms ligt een baby anders met het hoofd in het bekken, bijvoorbeeld als een sterrenkijker. Daarover lees je meer in dit artikel. En heel soms wordt een baby geboren in stuitligging: hier lees je meer.
Tijdens de zwangerschap past je lichaam zich aan om te zorgen dat je baby goed kan groeien. Je maakt bijvoorbeeld hormonen aan waardoor je baarmoeder groter wordt.
Als je gaat bevallen, passen je lichaam én je baby zich aan om te zorgen dat die geboren kan worden. Dit gebeurt er allemaal om ruimte te maken:
Je bekken bestaat uit verschillende botten. Die zitten met banden aan elkaar vast. Tussen de botten zit kraakbeen. Om de botten heen zitten spieren. Aan het eind van de zwangerschap wordt dit allemaal soepeler: je bekken verweekt. Hier zorgt het hormoon relaxine voor. Zo kan de vorm van het bekken zich aanpassen, terwijl de baby erdoorheen gaat tijdens de geboorte.
Door het hormoon relaxine kan je vagina tijdens de bevalling meer oprekken dan normaal. Dat oprekken gaat in stapjes. Tijdens een perswee duwt de baarmoeder de baby een stukje door de vagina. Na elke wee gaat het hoofdje weer wat terug naar binnen. Zo kan de vaginawand steeds even ontspannen. Als het hoofdje wordt geboren, rekt het weefsel het meeste. Het kan daardoor wat uitscheuren, maar dat hoeft niet. Tips vind je hier.
De meeste baby’s liggen tijdens de bevalling met hun hoofd naar beneden en hun kin bij de borst. Daardoor gaat eerst het kleine achterhoofd door de vagina. Zo kunnen de delen van de schedel een beetje over elkaar schuiven. Dat kan doordat er nog wat ruimte tussen de schedeldelen zit: de fontanellen. Het hoofdje wordt daardoor wat kleiner, speciaal voor de geboorte. Daarna groeien de fontanellen dicht.
In bepaalde bevalhoudingen is de ruimte in het bekken groter. Bijvoorbeeld als je op handen en knieën zit of hurkt. Zo past de baby het makkelijkst door de uitgang.
Het helpt om tijdens de bevalling te bewegen en verschillende houdingen aan te nemen. Sommige houdingen maken de ruimte in het bekken groter. Hier kan je aan denken:
Sommige zwangeren maken zich zorgen over de bevalling als ze horen dat hun baby aan de grote kant is. Maar de geboorte van een grote baby gaat hetzelfde als bij een kleinere baby. Het lichaam van de moeder en de baby passen zich aan om de geboorte mogelijk te maken.
Hoe groot een baby is, zegt heel weinig over hoe de bevalling zal verlopen. Andere dingen hebben veel meer invloed. Zoals de ligging van de baby, de bevalhouding van de moeder, ontspanning en de kracht van de weeën. In dit dossier kan je meer lezen over het verloop van een bevalling en hoe slim je lichaam en je baby dat doen.
Prins, M., Van Roosmalen, J., Smit, Y., Scherjon, S., & Van Dillen, J. (2019). Praktische verloskunde. In Bohn Stafleu van Loghum eBooks. https://doi.org/10.1007/978-90-368-2279-4
Reitter, A., Daviss, B. A., Bisits, A., Schollenberger, A., Vogl, T., Herrmann, E., Louwen, F., & Zangos, S. (2014). Does pregnancy and/or shifting positions create more room in a woman’s pelvis? American Journal of Obstetrics and Gynecology, 211(6), 662.e1–662.e9.