
Soms blijkt tijdens de zwangerschap dat de baby een ernstige afwijking of aandoening heeft. Dit kan blijken uit een echo of de NIPT-test. Ook kan soms blijken dat een zwangerschap gevaarlijk is voor de gezondheid van de moeder.
In beide gevallen kan de zwangerschap tot 24 weken worden gestopt. Dit heet een zwangerschapsafbreking met een medische reden. In dit artikel kan je meer lezen over dit ingrijpende besluit, de bevalling en de periode erna.
Een zwangerschapsafbreking betekent het stoppen van de zwangerschap met een medische behandeling. Soms is hier een medische reden voor. Bijvoorbeeld een ernstige afwijking of aandoening bij de baby, waardoor die waarschijnlijk zal overlijden of geen goed leven kan hebben. Als de gezondheid van de moeder ernstig gevaar loopt door de zwangerschap, kan ze ook besluiten de zwangerschap af te breken.
Het medische woord voor zwangerschapsafbreking is: abortus provocatus. Ook als het gaat om een zwangerschap die gewenst was. De ongeboren baby wordt ook wel ‘foetus’ genoemd. Veel ouders gebruiken deze woorden liever niet. Ze kunnen pijnlijk zijn of gewoon niet passen bij wat ouders ervaren. Als je liever andere woorden gebruikt, kan je dit tegen je verloskundige of gynaecoloog zeggen. Die kunnen er dan rekening mee houden.
Er zijn twee soorten medische redenen om een zwangerschap af te breken:
Vroeg in de zwangerschap kunnen er lichamelijke afwijkingen bij de baby ontstaan. Die kunnen te zien zijn bij de echo bij 13 of 20 weken of soms al bij de termijnecho. Het betekent dat het lichaam van de baby zich anders ontwikkelt dan normaal. Soms is dit zo ernstig, dat de baby niet kan leven buiten de buik of geen goed leven kan hebben. Dan kan je tot 24 weken zwangerschap kiezen voor een zwangerschapsafbreking. Voorbeelden van deze afwijkingen zijn: een open rug of schedel, een waterhoofd, een breuk in de buikwand of het middenrif of afwijkingen aan het hart of de nieren.
Chromosomen zijn het erfelijke materiaal van je lichaam (DNA). De NIPT-test onderzoekt of een baby mogelijk een chromosoomafwijking heeft. Dit betekent dat er te veel of te weinig chromosomen zijn. Of dat delen van een bepaald chromosoom te veel zijn of missen. Als een chromosoom daardoor (deels) niet of anders werkt, kan dat zorgen voor ziekten of klachten. Deze chromosoomafwijkingen komen het vaakst voor:
Soms is een zwangerschap gevaarlijk voor de gezondheid van de moeder. Dat kan ook betekenen dat haar leven in gevaar is. Dit komt maar heel weinig voor. Voorbeelden hiervan zijn:
In deze situaties bespreekt de arts met je wat de risico's zijn voor jou en je baby. Samen bekijken jullie wat de beste beslissing is voor jouw gezondheid.
Aangeboren afwijkingen bij een ongeboren baby kunnen worden ontdekt door onderzoek tijdens de zwangerschap. Zoals de NIPT, de 13-wekenecho en de 20-wekenecho. Dit heet: prenatale screening. Aan het begin van je zwangerschap bespreekt je verloskundige de opties voor deze onderzoeken met je. Het is een vrije keuze of je deze onderzoeken wilt laten doen. Hier kan je meer lezen over prenatale screening.
Als je ongeboren baby een ernstige afwijking of aandoening heeft, kom je voor de keuze te staan om de zwangerschap wel of niet te stoppen. Dit betekenen de keuzes:
Als je besluit om de zwangerschap niet te stoppen, krijg je extra controles en begeleiding vanuit het ziekenhuis. Dit is om de zwangerschap en je baby goed in de gaten te houden. Het kan gebeuren dat de baby overlijdt in de buik, tijdens de bevalling of kort daarna. Je wordt voorbereid op de bevalling en de zorg die mogelijk is, zoals pijnstilling. Daarbij bespreek je ook wat jij wilt rondom de bevalling. Verder kan je terecht bij een maatschappelijk werker. Die kan je helpen bij de emotionele voorbereiding op de geboorte van een gehandicapt kindje of het afscheid van je baby als die overlijdt.
Je kan ook besluiten om de zwangerschap af te breken. Bijvoorbeeld als je niet wilt afwachten hoe het verdergaat of bang bent dat de baby lijdt. Bij een zwangerschapsafbreking wordt de bevalling ingeleid. Dit betekent dat je medicijnen krijgt om de bevalling te laten beginnen. Meestal gebeurt dat vóór 24 weken zwangerschap. Je krijgt begeleiding van een maatschappelijk werker om je voor te bereiden op de bevalling en het afscheid van je baby.
Sommige zwangeren en partners weten al snel of ze de zwangerschap wel of niet willen afbreken. Anderen hebben meer tijd nodig. Het is vrijwel altijd een keuze met veel emoties. Het kan erg helpen om je situatie te bespreken met mensen die naar je luisteren en je kunnen steunen bij je keuze. Bijvoorbeeld vrienden, familie of zorgverleners. Je kan hiervoor ook terecht bij je verloskundige.
Een zwangerschap afbreken mag in Nederland tot een baby levensvatbaar is. Levensvatbaar betekent dat de baby zou kunnen overleven buiten de buik van de moeder. Dit is vanaf 24 weken zwangerschap (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie).
Na 24 weken komt een zwangerschapsafbreking bijna niet voor. Het kan dan alleen nog in deze situaties en in overleg met meerdere artsen:
Het wel of niet afbreken van een zwangerschap is een erg emotionele beslissing. Ook als je weet wat je het beste vindt, is dit geen makkelijke keuze. In de meeste situaties is de zwangerschap heel gewenst en verheugen aanstaande ouders zich op de komst van de baby. Het nieuws van de slechte uitkomst van prenataal onderzoek verandert alles. Je kan veel verdriet, boosheid en verwarring voelen. Ook kan het veel stress geven, bijvoorbeeld als je anders denkt over het afbreken dan je partner of familie.
Je verloskundige en de artsen die je hierover spreekt, kunnen hierbij ondersteunen. Bijvoorbeeld door te luisteren naar je zorgen en vragen. En door de uitleg te geven die je nodig hebt om te kunnen besluiten.
Dit kan helpen bij de keuze:
Deze beslissing gaat niet over iets goed of fout doen. Het gaat over kiezen wat het beste past bij jou en jouw situatie. Ook al is dat zo anders dan wat je wilde en hoopte toen je zwanger werd.
Een zwangerschapsafbreking met een medische reden betekent dat de zwangerschap wordt gestopt. Meestal gebeurt dat met medicijnen om de bevalling op te wekken (inleiden). Als de gezondheid van de moeder in direct gevaar is door de zwangerschap, kan een keizersnede nodig zijn. Dit is niet de eerste optie, omdat een keizersnede een grote operatie is, die ook risico's geeft voor de moeder.
Je krijgt eerst een medicijn dat de baarmoedermond zacht en dun maakt. De verloskundige of gynaecoloog brengt dit medicijn in in je vagina. Je mag dit ook zelf doen. Soms krijg je door dit medicijn ook weeën. Als dat niet gebeurt, kan de verloskundige of gynaecoloog je vliezen breken en/of een medicijn geven om de weeën op te wekken (oxytocine). Dit krijg je via een infuus. Hoelang de bevalling duurt, verschilt. Het kan een paar uur duren, maar ook een paar dagen. Dan heb je niet aldoor weeën, maar duurt het lang tot de weeën beginnen.
Als je medicijnen tegen de pijn van de weeën wilt, kan dat. Meestal is dat een ruggenprik of een infuus met morfine-achtige pijnstilling. In het ziekenhuis kunnen ze je hier meer over vertellen.
Bij een zwangerschapsafbreking overlijdt de baby meestal tijdens de bevalling. Soms leeft een baby na de geboorte nog heel even. Vroeg in de zwangerschap is een baby erg klein en dun. Het hoofdje kan een andere vorm hebben doordat de schedel nog zacht is. Ook is de huid erg dun en donkerder van kleur, doordat de bloedvaatjes te zien zijn. Er kunnen donshaartjes op de huid zitten. Sommige afwijkingen of aandoeningen zijn te zien. Hierover krijg je van tevoren uitleg. Kort na de geboorte voelt de baby nog warm aan.
Je baby kan meteen bij je op de borst worden gelegd. De gynaecoloog, verloskundige of verpleegkundige kan je hierbij begeleiden. Het zien en vasthouden van je baby helpt bij het afscheid nemen en rouwen. Maar het hoeft niet als je het niet wilt.
De geboorte van de placenta kan moeilijker gaan als het vroeg in de zwangerschap is. Soms moet de gynaecoloog de placenta weghalen op de operatiekamer. Dit gebeurt onder narcose (je wordt in slaap gebracht).
Het is belangrijk om alle informatie te krijgen die je wilt hebben over de zwangerschapsafbreking. Je zorgverleners kunnen je uitleg geven over wat je kan verwachten.
Ook kan het goed zijn om herinneringen te maken. Later kan het troost geven om aandenken te hebben aan de korte periode dat je baby bij je was. Je kan bijvoorbeeld een zwangerschapsfotoshoot en een extra echo laten maken. Ook kan je het geluid van het kloppende hartje van je baby opnemen terwijl de verloskundige dit laat horen met de doptone (het apparaat waarmee ze naar de hartslag luistert).
Daarnaast kan je nadenken over wat je tijdens de bevalling wel en niet wilt. Je hoeft niet alles van tevoren te besluiten. Veel keuzes kan je ook tijdens of na de bevalling maken. Dan helpt het als je erover hebt nagedacht of advies hebt gekregen. Hier kan je bijvoorbeeld aan denken:
Na de geboorte kan je ervoor kiezen om je baby te laten onderzoeken. De medische term hiervoor is: obductie. Een gespecialiseerde arts voert het onderzoek uit. De uitkomst kan je helpen het verlies te begrijpen. Soms geeft het ook inzichten die belangrijk kunnen zijn als je opnieuw zwanger wilt worden. Het onderzoek is niet verplicht. De arts kan je uitleggen hoe het onderzoek gaat. Je kan ook besluiten om sommige delen van het onderzoek wel te doen en andere niet.
Over afscheid en rouw na een stilgeboorte volgt binnenkort een apart artikel. Je verloskundige kan je hierbij ook steunen met informatie.
Tot 24 weken zwangerschap is het niet verplicht om de geboorte van een overleden baby aan te geven bij de gemeente. Behalve als de baby langer dan 24 uur in leven is gebleven na de bevalling. Dat komt bijna nooit voor.
Je mag altijd aangifte doen, als je dat wilt. Je verloskundige of het ziekenhuis geeft je een brief (verklaring) waarin staat dat je baby levenloos is geboren. Die neem je mee naar het gemeentehuis van de plaats waar je baby is geboren. Je moet ook een geldig legitimatiebewijs meenemen. Er wordt een ‘akte van geboorte (levenloos)’ gemaakt of een akte van geboorte en een akte van overlijden. De naam van je baby, het adres en de datum van overlijden staan daarop. Een uitvaartbegeleider kan de aangifte ook doen.
Je mag je baby ook inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Dan is je baby officieel geregistreerd als jouw kind. Dit is niet verplicht en je mag het ook (jaren) later nog doen. Je hebt daarvoor de akte van de aangifte bij het gemeentehuis nodig, of de brief van de verloskundige of het ziekenhuis waarin staat dat je baby is overleden.
Je lichaam moet herstellen van de zwangerschap en de bevalling. Je kan naweeën hebben, die ervoor zorgen dat de baarmoeder krimpt. Op de plek waar de placenta in je baarmoeder zat, zit een wond die moet genezen. Daardoor verlies je bloed uit je vagina. Een paar dagen na de bevalling kan je last krijgen van stuwing. Dat betekent dat je borsten moedermelk aanmaken. Na vier tot vijf dagen stopt de aanmaak van melk.
Je verloskundige komt bij je thuis langs, om te kijken of je herstel goed gaat. Sommige zorgverzekeraars vergoeden ook kraamzorg bij een zwangerschapsduur vanaf ongeveer zestien weken. Dit kan je navragen bij je zorgverzekering.
De kraamweek staat ook in het teken van afscheid nemen van je baby. Misschien wil je dit samen met familie en vrienden doen. De kraamzorg en de verloskundige kunnen praktische hulp en emotionele steun geven. Over afscheid nemen van een overleden baby volgt binnenkort een apart artikel.
Bij een zwangerschapsafbreking met een medische reden draagt je verloskundige de zorg over aan het ziekenhuis. Maar ze blijft wel betrokken. Ze kan emotionele steun geven tijdens de verdere zwangerschap, bevalling en kraamperiode. Ook kan ze helpen bij praktische zaken. In de kraamweek komt je verloskundige bij je thuis voor de controles van je herstel van de bevalling. Maar ervoor en erna kan je ook bij haar terecht als je daar behoefte aan hebt. Je verloskundige kan je bijvoorbeeld advies geven voor hulp bij de rouw om je baby, als je dat wilt.
Sommige ouders willen een hele tijd niet nadenken over een nieuwe zwangerschap. Het kan ook zijn dat je besluit niet meer zwanger te worden. Of juist dat je het liefst snel weer wilt proberen zwanger te worden. Dit heeft veel te maken met je gevoel en met de medische reden waarom je zwangerschap is afgebroken. Daarom verschilt het zo per persoon.
Je kan weer zwanger worden zodra je weer een eisprong krijgt. Maar het kan goed zijn om eerst een gesprek te hebben met de gynaecoloog. Die kan met je bespreken of er een medische reden is om te wachten met zwanger worden.
Bij een volgende zwangerschap kan je (eerst) naar een verloskundige gaan of meteen naar een gynaecoloog. Dat hangt af van de reden waarom de zwangerschap is afgebroken. Als je baby een erfelijke aandoening had, kan je eerst medische onderzoeken laten doen voordat je weer zwanger wordt. Dit geeft informatie over de kans op een gezonde baby. Je kan dit bespreken met een arts die is gespecialiseerd in erfelijke ziekten en afwijkingen. Als er een medische reden voor is, kan je tijdens de zwangerschap ook extra onderzoek laten doen naar de gezondheid van je baby. Dit kan een vruchtwaterpunctie, vlokkentest of uitgebreide echo zijn. Je verloskundige of gynaecoloog kan je hier meer over vertellen.
Een nieuwe zwangerschap kan erg spannend en emotioneel zijn. Je verloskundige en andere zorgverleners zijn er om je hierbij te steunen. Zij kunnen ook advies geven voor andere geschikte hulp, bijvoorbeeld psychische zorg. Ook kan het goed zijn om steun te zoeken in je omgeving. Misschien zijn er lieve familieleden of vrienden bij wie je je zorgen kwijt kan of die voor fijne afleiding kunnen zorgen. Dat kan helpen de spannende perioden door te komen.
Ministerie van Algemene Zaken. (2025b, januari 2). Tot hoeveel weken kan ik een abortus
laten uitvoeren? Rijksoverheid.nl.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/abortus/vraag-en-antwoord/abortus-hoeveel-weken
Screeningen tijdens de zwangerschap. (z.d.). Prenatale en Neonatale Screeningen.
https://www.pns.nl/prenatale-screeningen
Zwangerschapsafbreking - steunpunt Nova. (2025, 6 februari). Steunpunt Nova.
https://steunpuntnova.nl/ouders/zwangerschapsafbreking/
NVOG. (2023). Herziene NVOG-richtlijn ‘Zwangerschapsafbreking tot 24 weken’. In
NVOG-richtlijn (Versie 3.0).
Nota Wet en gedragsregels rond perinatale sterfte. (z.d.). In NVOG. https://nvog.nl/wp-content/uploads/2017/12/Nota-Wet-en-gedragsregels-rond-perinatale-sterfte-2.0-31-05-2013.pdf
Unknown, E. (z.d.). Afscheid nemen van je baby. In Unknown.
https://www.stillelevens.nl/wp-content/uploads/52073_Brochure_Afscheid_van_je_baby.pdf
Verlies van een kind tijdens de zwangerschap of rond de bevalling. (z.d.).