
De eerste zes weken na de bevalling ben je nog onder zorg bij je verloskundige. Je kan bij haar terecht voor zorg voor jouw gezondheid. In de kraamweek komt de verloskundige een paar keer bij je thuis. Na zes weken ga je meestal op nacontrole en daarna sluit de verloskundige de zorg af.
In dit artikel staan algemene adviezen voor je lichamelijke en mentale gezondheid in de eerste zes weken na de bevalling. Bijvoorbeeld voor je herstel, de borstvoeding en beweging. Ook lees je bij welke klachten het belangrijk is om je verloskundige te bellen.
In de kraamweek is de verloskundige er ook voor de zorg voor de gezondheid van je baby. Daarna draagt deze de zorg over aan de huisarts en het consultatiebureau. Voor adviezen over de gezondheid van je baby kan je dit artikel lezen.
De kraamweek is de eerste week na de bevalling. In de kraamweek komt je verloskundige een paar keer bij je thuis om te kijken hoe het met jou en je baby gaat. Ook is de kraamverzorgende er elke dag voor controles en zorg voor jou en je baby.
Na de kraamweek sluit de kraamverzorgende de zorg af. De huisarts en het consultatiebureau nemen de gezondheidszorg voor je baby over. Jij blijft nog onder zorg van je verloskundige, tot zes weken na de bevalling. Deze periode heet ook wel: de kraamtijd.
In de kraamtijd is je lichaam druk bezig met herstellen van de zwangerschap en de bevalling. Je baarmoeder krimpt tot die weer bijna net zo klein is als voor de zwangerschap. De wond in je baarmoeder, op de plek waar de placenta zat, geneest. Ook herstelt je bekkenbodem. In deze periode kan je bloed verliezen. Zes weken na de bevalling ga je op nacontrole bij je verloskundige. Daarna neemt de huisarts de zorg weer over.
Bel in de kraamtijd altijd je verloskundige of je huisarts als je de volgende klachten hebt:
Direct na de bevalling en de weken erna verlies je bloed. In de loop van de dagen en weken wordt dat minder. Gemiddeld duurt het bloedverlies zo’n zes weken. Soms wordt het bloedverlies weer even iets meer als je een drukke dag hebt gehad of veel hebt bewogen. Dat is normaal. Bel je verloskundige als je kraamverband binnen een half uur vol is. Dat is te veel bloedverlies.
Zolang je bloedverlies hebt, heb je nog een wond in je baarmoeder op de plek waar de placenta zat. Bacteriën die van buitenaf in de baarmoeder komen, kunnen voor een infectie zorgen. Daarom is het advies om geen dingen in je vagina te brengen. Gebruik dus geen tampons of menstruatiecup. Ook seks met penetratie wordt afgeraden. Penetratie betekent: de penis, vingers of een seksspeeltje in je vagina. Verder is het advies om niet in bad te gaan of te zwemmen zolang je bloed verliest.
Na de bevalling zorgen je hormonen ervoor dat je weer ongesteld wordt. Hoelang dit duurt, verschilt per vrouw. Is je bloedverlies na de bevalling (bijna) gestopt? En ga je opnieuw bloeden zoals gewend was vóór je zwangerschap? Dan kan je ervan uitgaan dat je weer ongesteld bent. Als je borstvoeding geeft, kan het een paar maanden tot een jaar duren voor je weer ongesteld wordt. Hormonen die vrijkomen bij de borstvoeding kunnen de eisprong uitstellen. De eisprong komt vóór je eerste ongesteldheid. Je kan dus al wel zwanger worden als je nog niet ongesteld bent geweest. Geef je geen borstvoeding, dan kan je vier tot zes weken na de bevalling weer ongesteld worden.
Het herstel van een wond, met of zonder hechtingen, duurt meestal vier tot zes weken. In de kraamweek kan de wond pijn doen, gezwollen zijn of jeuken en het kan voelen alsof de hechtingen trekken. Je kan paracetamol innemen en het kan helpen om de wond te koelen.
Na de eerste week is de buitenkant van de wond vaak dicht. Daaronder moet de wond nog verder helen. Hechtingen lossen in de eerste twee weken op en komen los. Als er geen oplosbare hechtingen zijn gebruikt, krijg je een afspraak om de hechtingen te verwijderen.
Als de wond is genezen, heb je een litteken. Eerst is het weefsel roder dan je huid en stug. Het litteken wordt langzaam soepeler.
Hygiëne is belangrijk. Spoel de wond regelmatig schoon, vooral tijdens of na het plassen, poepen en kraamverband verwisselen. Dep de wond daarna droog of laat de wond drogen aan de lucht.
Bel je verloskundige als je een pijnlijke wond hebt en als:
Hier kan je meer adviezen lezen over hechtingen na de bevalling en het herstel.
Na je bevalling heeft je lichaam tijd nodig om te herstellen. Daarna kan het weer sterker worden. Daarom zijn er adviezen voor tillen en bewegen/sporten na de bevalling.
Het advies is om de eerste weken niet zwaarder te tillen dan het gewicht van je baby. Heb je een ander kind dat getild moet worden, doe dit dan zo min mogelijk. Laat het aan je partner over of vraag hulp aan iemand anders uit je omgeving.
De ene moeder voelt zich na de bevalling fitter dan de andere. Helemaal niets doen zorgt er niet voor dat je beter of sneller herstelt. Regelmatig een beetje bewegen is het beste voor je lijf. Luister naar je lichaam en bouw het rustig op. Het advies is om zo min mogelijk trap te lopen, zodat je bekken rust krijgt. In het begin kan het al vermoeiend zijn om te staan bij de commode als je je baby verschoont. Krijg je pijn of meer bloedverlies? Dan is het goed om rustiger aan te doen. Vanaf zes weken na de bevalling kan je beginnen met sporten. Daarover lees je meer in dit artikel.
Het advies is om geen seks met penetratie te hebben tot het bloedverlies na de bevalling is gestopt. Penetratie betekent: iets inbrengen in je vagina. Bijvoorbeeld de penis, vingers of een seksspeeltje. Bacteriën die zo in je vagina komen, kunnen voor een infectie in je baarmoeder zorgen. Hier vind je meer informatie over seks na de bevalling.
Verder is het belangrijk om anticonceptie (een voorbehoedsmiddel) te gebruiken als je niet zwanger wilt worden. Je bent alweer vruchtbaar voordat je weer ongesteld wordt. Hier lees je meer over anticonceptie na een zwangerschap.
De operatiewond van de keizersnede geneest in de eerste zes weken. De huid rondom de wond kan wat verdoofd aanvoelen. Dat komt doordat de zenuwen in de huid ook moeten herstellen. Het kan zes tot twaalf maanden duren tot het verdoofde gevoel over is.
Het verzorgen en drooghouden van de wond is belangrijk. Dit kan je doen door na het douchen de wond schoon te deppen. Een klein beetje bloed of wondvocht uit de wond is normaal. Je kan dit weg deppen met een gaasje. Als het vochtig blijft, kan je de wond laten luchten of er een gaasje overheen doen onder je kleding.
Je verliest bloed uit je vagina na een keizersnede, net als na een vaginale bevalling. Dit kan tot zes weken duren. Gebruik geen tampons of menstruatiecup en ga niet in bad of zwemmen zolang je bloed verliest. Ook is het advies om geen seks met penetratie te hebben tot het bloeden is gestopt. Penetratie betekent: het inbrengen van de penis, vingers of een seksspeeltje.
Bewegen na een keizersnede is goed. Het kan de kans op trombose verkleinen. Trombose is een bloedprop in een bloedvat in de benen. Daarom worden korte momenten van inspanning aangeraden, zoals een korte wandeling. Verder is het advies om je buikpieren zo min mogelijk te gebruiken. Wil je uit bed komen, draai dan eerst op je zij en duw jezelf omhoog. De huishouding doen en autorijden wordt afgeraden in de eerste zes weken. Daarna kan je ook weer rustig beginnen met sporten. Neem de tijd om het langzaam op te bouwen en te voelen wat je lichaam aankan.
Je leefstijl heeft invloed op de moedermelk. Daarom is het belangrijk om gezond en gevarieerd te eten, genoeg te drinken (ruim twee liter per dag) en genoeg uit te rusten. Heb je dorst of is het warm weer, drink dan extra water. Cafeïne, alcohol, schadelijke stoffen in sigaretten en vapes, drugs, sommige kruiden en sommige medicijnen komen via de moedermelk bij je baby terecht. Daarom wordt gebruik ervan helemaal of deels afgeraden als je borstvoeding geeft. Hier kan je lezen wat de adviezen precies zijn.
Kraamtranen zijn normaal na de bevalling. Het betekent dat je je huilerig, verdrietig en humeurig voelt, en niet precies begrijpt waarom. Dit kan je in de kraamweek hebben en in de weken erna. Ook sombere gedachten kunnen erbij horen. Je hersenen zijn hard bezig om alle veranderingen na de zwangerschap te verwerken. Het is goed om erover te praten, bijvoorbeeld met je partner, een familielid of vriendin. Je kan ook met je verloskundige bespreken hoe je je voelt, zeker als je je zorgen maakt. Hier kan je meer lezen over kraamtranen en somberheid.
Prins, M., van Roosmalen, J., Smit, Y., Scherjon, S., & van Dillen, J. (Red.). (2019). Praktische verloskunde (14e herz. dr.). Bohn Stafleu van Loghum
Thuisarts. (2025a, januari 9). Ik ben net bevallen met een keizersnede. https://www.thuisarts.nl/keizersnede/ik-ben-net-bevallen-met-keizersnede
Thuisarts. (z.d.). Prikken en druppels tegen ziektes bij kinderen. https://www.thuisarts.nl/prikken-en-druppels-tegen-ziektes-bij-kinderen
verloskundige kennis, ervaring en expertise.