
Ieder kind groeit in een eigen tempo. Dat is in de buik ook al zo. De verloskundige houdt de groei van de ongeboren baby goed in de gaten. Meestal verloopt de groei normaal. Soms lijkt een baby een stuk groter dan gemiddeld. Het geboortegewicht zal dan waarschijnlijk ook hoog zijn. Tot de baby is geboren, blijven de grootte en het gewicht een schatting.
De medische term voor een grote baby is: macrosomie. Dit is een geboortegewicht van 4500 gram of hoger. Het kan met verschillende dingen te maken hebben, bijvoorbeeld zwangerschapsdiabetes. Hier kan je lezen wat macrosomie betekent voor de zwangerschap, de bevalling en de baby.
Macrosomie is het medische woord voor een grote baby (macro = groot, somie = lichaam). Het betekent dat een baby in de buik een stuk groter is dan gemiddeld. Daardoor zal de baby waarschijnlijk ook een hoger geboortegewicht hebben. Dat betekent dat de baby bij de geboorte groter is dan de meeste baby’s. Macrosomie kan gaan over twee dingen:
Als een baby bij de geboorte 4500 gram of meer weegt, noemen we het macrosomie. Gemiddeld weegt een baby bij de geboorte 3500 gram. Jongens zijn gemiddeld iets zwaarder dan meisjes. In 2020 werd ongeveer 1,8% van de baby’s in Nederland geboren met een gewicht boven de 4500 gram.
Bij een groei-echo wordt een schatting gemaakt van het gewicht van de baby. Dit wordt vergeleken met het gewicht van andere baby's bij hetzelfde aantal weken zwangerschap. Als het gewicht hoger lijkt dan dat van de meeste baby's, heet dit: large for gestational age (LGA). Dat betekent: groot voor de duur van de zwangerschap. De kans op een hoog geboortegewicht (macrosomie) is dan ook groter.
Er is niet altijd een duidelijke oorzaak voor macrosomie (een geboortegewicht van 4500 gram of hoger). Sommige baby's zijn gewoon groter dan andere. In sommige gevallen is de kans op macrosomie groter. Dit speelt een rol:
Er zijn verschillende manieren om te onderzoeken hoe groot de baby in je buik ongeveer is. Dit is altijd een schatting. Pas na de geboorte kan je het gewicht van een baby precies weten.
Tijdens de controles bij de verloskundige voelt deze aan je buik hoe groot je baarmoeder is. Dat geeft informatie over de groei van de baby. De verloskundige voelt naar de afstand tussen de bovenkant van de baarmoeder (fundus) en je schaambot, navel of borstbeen. Bij 16 weken zwangerschap zit de fundus vaak halverwege het schaambot en de navel. Rond 24 weken is de baarmoeder al tot bovenaan de navel gegroeid. Je verloskundige voelt ook of je baarmoeder breder of smaller is dan gemiddeld. Zo beoordeelt deze of de grootte van de baarmoeder klopt bij het aantal weken dat je zwanger bent. Lijkt de baby groter dan verwacht? Dan kan er een groei-echo worden gemaakt.
Dit is een echo om de groei van de baby te controleren. Het wordt alleen gedaan als er een medische reden voor is, bijvoorbeeld:
De echoscopist meet de omtrek van de buik en het hoofd van de baby, en de lengte van het dijbeen. Met de metingen wordt berekend hoeveel de baby weegt. Dit is altijd een schatting. Het gewicht komt in een groeicurve (grafiek) met percentielen. Dat zijn getallen die aangeven hoe groot of klein een baby is vergeleken met andere baby's bij dezelfde zwangerschapsduur.
Als een baby groot lijkt, kan er ook onderzoek worden gedaan bij de moeder. Bijvoorbeeld een suikertest bij 24-28 weken zwangerschap, om te kijken of je zwangerschapsdiabetes hebt. Dan is er meer kans op een grote baby.
Als je een groeiecho krijgt, zul je vast het woord ‘percentiel’ (p) horen. Het percentiel zegt iets over het gewicht van een baby vergeleken met andere baby's bij hetzelfde aantal weken zwangerschap. Je kan het zien als honderd baby's op een rij, van moeders die even lang zwanger zijn. Bij percentiel 0 (p0) ligt de kleinste baby (met het laagste gewicht). Bij p100 ligt de grootste baby. De plek waar jouw baby ligt in de rij, laat zien hoe klein, groot of gemiddeld die is vergeleken met de rest.
Bijvoorbeeld: zit je baby in de groeicurve op p90, dan zijn 10 van de 100 baby's (10%) groter. Het merendeel (90%) is kleiner. In 2020 had 11,5% van de baby's in Nederland een geboortegewicht boven percentiel 90.
Als een baby te groot lijkt voor de duur van de zwangerschap (macrosomie), neemt een gynaecoloog meestal de zorg over. Vaak komt dit pas voor na 30 weken. De groei wordt dan goed in de gaten gehouden. Ook kan je een suikertest krijgen, om te onderzoeken of je zwangerschapsdiabetes hebt. Daarnaast kunnen er onderzoeken worden gedaan om met (meer) zekerheid te weten dat de baby geen afwijking heeft.
Bevallen van een grote baby is meestal niet anders dan van een kleinere baby. Maar bij macrosomie (geboortegewicht van 4500 gram of hoger) zijn er een paar verhoogde risico's voor de moeder en de baby:
Na de bevalling heeft een baby met macrosomie een verhoogde kans op een te lage bloedsuiker (hypoglycemie). Dit kan bij baby's schadelijk zijn voor de hersenen. Daarom blijft de baby vaak een paar uur tot een dag in het ziekenhuis, voor extra controle door de kinderarts.
Vooral bij zwangerschapsdiabetes is de baby in de buik gewend om veel suikers binnen te krijgen. Daarom maakt de baby veel insuline aan. Dit hormoon regelt dat cellen suiker uit het bloed opnemen. Na de geboorte krijgt de baby geen suikers meer van de moeder, maar maakt die eerst nog wel veel insuline aan. Daardoor wordt de bloedsuiker te laag.
Het bloedsuikergehalte van de baby wordt gemeten en soms heeft die extra voeding nodig. Dit kan (afgekolfde) moedermelk zijn of kunstvoeding. Als dit niet genoeg helpt, krijgt de baby een suikergel of glucose (suiker) via een infuus. De aanmaak van insuline past zich na de geboorte snel aan, waardoor de bloedsuikers normaal worden.
Het inleiden van een bevalling betekent dat de weeën worden opgewekt, bijvoorbeeld met een medicijn. Als je baby een stuk groter lijkt dan gemiddeld (vanaf p95 of p97), kan je het voorstel krijgen om de bevalling in te leiden rond 38 of 39 weken zwangerschap. Dit is om ervoor te zorgen dat de baby wordt geboren vóórdat die 4500 gram weegt en om risico’s tijdens de bevalling te verkleinen.
Uit onderzoek blijkt dat eerder inleiden niet altijd zorgt voor minder problemen bij de bevalling, terwijl inleiden ook risico's geeft. Het is dus niet altijd zeker wat het beste is. Daarom is het goed om de voor- en nadelen op een rijtje te zetten met de verloskundige of gynaecoloog. Jouw wensen zijn belangrijk en je kan al je vragen en twijfels bespreken.
Als je bent bevallen van een baby met een hoog geboortegewicht (4500 gram of meer), is de kans hierop groter bij een volgende zwangerschap. Je kan dan extra groeiecho’s krijgen om de groei van de baby in de gaten te houden.
Je kan niet voorkomen dat je baby sneller groeit dan gemiddeld. Of een geboortegewicht van 4500 gram of hoger krijgt. Een gezonde leefstijl kan wel helpen om de kans op macrosomie te verkleinen. Gezond eten en genoeg bewegen hoort bijvoorbeeld bij een gezonde leefstijl. In dit artikel vind je de adviezen.
Heb je zwangerschapsdiabetes, dan is het belangrijk om de voedingsadviezen op te volgen en je suikerwaardes goed in de gaten te houden. In dit artikel kan je meer lezen over zwangerschapsdiabetes.
Heb je vragen of zorgen over de groei van je baby? Bespreek het met je verloskundige. Die kan de groei beoordelen en uitleg geven. Als het nodig is, kan je verloskundige je naar het ziekenhuis verwijzen voor extra onderzoek of overleg met een gynaecoloog.
Factsheet Verdenking macrosomie. (2022). In KNOV. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen. Geraadpleegd op 17 december 2026
Prins, M., Van Roosmalen, J., Smit, Y., Scherjon, S., & Van Dillen, J. (2019). Praktische verloskunde. In Bohn Stafleu van Loghum eBooks. https://doi.org/10.1007/978-90-368-2279-4